
Wet BDU verkeer en vervoer
Artikel 11
1
Onze Minister kan een uitkering ten nadele van de provincie onderscheidenlijk de plusregio wijzigen indien:
a
uit de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 10, niet blijkt dat de uitkering is besteed aan de voorbereiding en de uitvoering van het provinciale onderscheidenlijk het regionale verkeer- en vervoerbeleid en, indien een gedeelte van de uitkering is gereserveerd, uit de accountantsverklaring niet blijkt dat dit is gebeurd in overeenstemming met artikel 9 of de reservering niet herkenbaar in de verantwoording is vastgelegd;
b
geen verantwoording is afgelegd die overigens voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels.
2
Alvorens tot wijziging over te gaan stelt Onze Minister gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur in de gelegenheid te worden gehoord.
3
De wijziging van de uitkering ten nadele van de provincie of van de plusregio vindt plaats binnen vijf jaar na het einde van het uitkeringsjaar.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.